Mag het een paar meer zijn.......
Hokkenbezoek 2005.

’s Morgens was Harm Timmer al om 05.45 vertrokken om richting Achterhoek Bennie Wittenbernds en Bertie Frenken op te pikken. Onze voorzitter, Bert Wargerink, had moeten besluiten om achter te blijven i.v.m. een begrafenis van een goede vriend. Tegen half negen werd ik opgehaald. De voorafgaande dagen hadden we net een hittegolf gehad, maar vandaag was het veelal bewolkt, hier en daar een bui (we hoorden later dat er plaatselijk zelfs sprake was van wateroverlast), drukkend weer.
Om 09.30 uur kwamen we in Maashees, een half uur te vroeg, bij Henk Raedts. Hij woonde wat afgelegen in een vrijstaand huis en had zo’n 2300 m2 grond tot zijn beschikking. We begonnen met koffie en heerlijke, zelfgemaakte vlaai en maakten alvast een praatje in afwachting van de rest van het bestuur (Herman Willemsen, Bertus Zomer en Mario Griekspoor), die ook gezamenlijk onderweg was.
Henk was al jong in aanraking gekomen met kippen; deze liepen vroeger al bij z’n ouders om het huis. Toen hij ongeveer 18 jaar oud was kwam hij in contact met Lei Cuypers.
Overigens zijn er niet altijd kippen geweest, min of meer noodgedwongen toen hij kwam te wonen in een rijtjeswoning, maar vanaf 1995 werd gestart met zilver zwartgezoomde en meerzomig zilverpatrijs Wyandotten. Inmiddels aangevuld met wit, zwart, blauw, meerzomig patrijs, columbia en alle gezoomde kleurslagen. En dat allemaal grote! Daarnaast liepen er ook nog wat Orpingtons.
Normaal fokte hij jaarlijks zo’n 300 jonge dieren, maar ditmaal ongeveer het dubbele door het grote aantal kruisingsproducten. Er werd dit seizoen gestart met ongeveer 50 fokdieren. Bij de geel witgezoomde had hij nog wel eens het idee dat de kuikens soms “opgeblazen” erbij zaten. Natuurlijk kwam het onderwerp ook op coccidiose. Zeker bij grote aantallen in combinatie met vochtig, warm weer moet je als fokker alert blijven. Mario zweert bij de bestrijding bij “Paracox”, de anderen gebruiken liever ESB.
De dieren hadden zo’n 15 afdeling ter beschikking met meerdere hokken die deels onder de bomen stonden, terwijl in de rennen veelal gras groeide. Bij sommige jonge hanen werd nog eens gelet op het mogelijke probleem dat de staart bovenin niet zou sluiten. Bij de jonge dieren werd nog wel eens het snavelpuntje weggehaald ter voorkoming van verenpikken. De dieren hadden het grootste deel van de tuin tot hun beschikking en daarnaast vond Henk nog wat ruimte voor een andere hobby: het kweken van planten. In een deel van de schuur werden ook nog de eerste weken van hun leven de jonge dieren gehuisvest.
Tegen 11.00 uur moesten we afscheid nemen en op weg naar Grashoek. Daar kwamen we een half uurtje later aan bij Lei Cuypers, die sinds mijn vorige hokkenbezoek een stukje van zijn tuin was kwijtgeraakt. Er was nog slechts 7200 m2 (was 1 hectare) over. Ook Lei woonde in een vrijstaand huis met een prachtige tuin waarin nog slechts een bescheiden plaats was ingeruimd voor zijn kippen en ganzen. Er liepn Welsumer, Barnevelder kriel en buff Leghorn. In het hok lag koolzaadstro op de vloer maar soms werd houtvezel gebruikt. Voer en water werden boven roosters aangeboden. Het hok bevatte 5 afdelingen (met een ouderwetse vliegenvanger, u weet wel zo’n plakkerige strook papier) en de dieren konden in de buitenrennen op gras lopen. Dit seizoen had Lei ongeveer 150 kuikens gefokt, meestal voor het stimuleren van (nieuwe) beginnende fokkers.
De voerbakken waren gemaakt van regenpijp waarin slechts een smalle uitsparing om het knoeien te voorkomen.
In een ander deel van de tuin liepen in een wei een aantal ganzen (o.a. Hawaï-, Manen- en Goudooggans); binnen werd een indrukwekkend aantal prijzen bekeken. De enorme broedmachines, die ik er de vorige keer aantrof, waren inmiddels verkocht.
Buiten in het prieel werd onder het genot van koffie en koek nog eens nagepraat over “vroeger”. Z’n vader was reeds pluimveefokker (bekend als “kippenLouis”) ook op deze plek. Lei (“kippenLei”) ging verder met het bedrijf maar in de 70-er jaren toen hij het bedrijf wilde uitbreiden, kreeg hij geen hinderwetvergunning (z’n huis ligt inmiddels al aardig ingebouwd in de nieuwbouw). Lei ging werken bij de RVV (22 jaar lang) en wist menig sappig anekdote uit die jaren te vertellen.
Bijna alle rassen had hij in z’n hokken, wel eens 25 tegelijk met 1500 tot 200 kuikens. Daarbij ook de zilver zwartgezoomde Wyandotte. Zijn “lastigste” ras vond hij de (onrustige) Braekel. Ooit te maken gehad met de ziekte Gumborro en sinds die tijd wordt er jaarlijks tegen geënt. Overigens: hij voorspelde dat er steeds meer/vaker ziektes zullen uitbreken door het meer buiten lopen van kippen. Om half een namen we afscheid en gingen richting Vlierden. Daar arriveerden we rond 13.00 uur bij Peter Schramade. Ook hij had niet te klagen over de hoeveelheid ruimte rond zijn (vrijstaande) huis: ca. 3500 m2.
We werden vergast met een uitstekende lunch in, zoals Peter bekende, de stijl van Stegeman (jaarvergadering te Laren) met soep en kroketten.
Peter is begonnen met z’n kippen met het ras Fries Hoen (“voor de aardigheid”) gevolgd door de Wyandotte (inmiddels zo’n 5 jaar). Inmiddels in de kleurslagen zilver zwartgezoomd (9 foktomen), goud zwartgezoomd, wit en Columbia, totaal zo’n 60 fokdieren. Vanaf eind januari liepen er de eerste kuikens (uiteindelijk minstens 700). Deze zomer nog wil hij met buff columbia beginnen en nog dit jaar kuikens fokken.
We begonnen een tocht over het terrein en liepen van hok met ren naar volgend hok met ren. Steeds meer werd er geprobeerd om hier eenheid in te brengen, de laatst gebouwde hokken vertoonden veel overeenkomst. Ik raakte de tel kwijt (en Peter wist het ook niet precies) maar met 45 zat ik in de buurt. Centraal lag een grote schuur met 9 afdelingen voor de foktomen, allemaal voorzien van valnesten, want één ding is zeker: er werd hier heel nauwkeurig gewerkt. Bovendien opfokbakken voor de eerste weken, waarna de kuikens werden geplaatst in nog grotere bakken, bijna allemaal donker gehouden om het verenpikken (vooral bij Columbia) tegen te gaan. Overigens: ook tempex in de rennen om dit tegen te gaan. Met ontzag werden de dieren in prima kwaliteit bewonderd; brede veren! Gezien de hoeveelheden had Peter met nog een paar fokkers een afspraak met de boerenbond in Deurne voor het leveren van voer tegen een aantrekkelijke prijs.
Rond half drie moesten we toch echt verder. De zon scheen even heftig wat bij Herman in de auto (airco) geen probleem was, maar bij Harm moesten we het hebben van de arko (“alle ramen kunnen open”).
Het was al ruim na drieën voor we bij (de ouders van) de zusjes Hermans (Mieke woonde nog thuis, Jannie werkte in de nabijheid) aan kwamen. Ook hier weer volop ruimte: een vrijstaand huis met 2000 m2 tuin aangevuld met nog zo’n 2,5 ha weiland.
Ze fokten inmiddels zo’n 15 jaar, kriel, in de kleurslagen buff, rood porselein, zilver zwartgezoomd en buff columbia. Overal zaten kippen, kloeken en kuikens tot zelfs in het konijnenhok. Zo’n 250 kuikens werden opgefokt die eerst voorzien werden van een aluminium ring (geen vleugelmerk) en na 3 weken een plastic ringetje totdat de definitieve ring omkon. Veel kamproblemen werden ervaren bij roodporselein (veel hennen hadden geen kamdoorn). Ter bescherming tegen de havik werden netten gespannen boven de rennen. De kuikens schoven met het groeien op van hok 1 tot uiteindelijk hok 4, de oudste liepen in een paar rennen in de wei. Opvallend was de sterk wisselende pootkleur.
Ook bewonderden we de paarden, koeien en het lakenvelder getekende kalf.
Onder het genot van een glas frisdrank werden nog eens wat zaken besproken. Natuurlijk ook de verkiezing van Mieke in het bestuur van de NHDB. Beiden zijn ze dierenarts dus wormen, salmonella en blackhead passeerden de revue. Ook zij verwachtten een toename omdat er steeds meer “vrijlanddieren” zijn.
Ooit waren ze met de fok van buff begonnen gevolgd door 3 jaar lang zwarte Leghorn, waarna de zilver zwartgezoomde haar entree deed. Helaas moest er na te zijn geruimd door de vogelpest weer van voren af aan worden opgebouwd.
Inmiddels was het half vijf en moesten we weer verder, nu naar Maarheze. Onderweg hoorden we de stand bij de voetbalwedstrijd Nigeria-Nederland 1-1. Rond 17.00 kwamen we in de Stationsstraat bij een inmiddels beëindigd café. Hier zaten de dieren van Gerrit Gerritsen. In de zaal was de schildersgroep gehuisvest (waar z’n vrouw haar hobby beoefende) en in de tuin waren naast kippen, moestuin, ook de resultaten te zien van de beeldhouwgroep waar Gerrit van deel uitmaakte.
Totaal lag er zo’n 3000 m2 grond met hokken en rennen. De dieren liepen op zand onder sparrenbomen. Vroeger werden hier konijnen en fazanten gefokt voor de jacht. Gerrit had dieren in de kleuren wit en zwart (kriel) en grote gestreepte. Van deze laatste had hij nog geen enkel keer (al twee jaar) kuikens gehad. De hennen legden slecht, de haan was erg fel en extra hennen werden door hem genegeerd.
Op de rennen lagen netten tegen de havik. Hij had ongeveer 80 kuikens gefokt met vier foktomen wit en één foktoom zwart. Met name de witte dieren werden met enige jaloezie door Bertus bekeken; wat een kwaliteit! Ook had hij de beschikking over een schuurtje voor opslag van o.a. de tentoonstellingskooien en het voer.
Vervolgens reden we naar zijn huis. Hier had hij in z’n (kleine) tuin de foktoomhokken en een afdeling met broedmachine en opfokhokjes voor de kuikens. Hoewel de resultaten bij het café beter waren, werden toch thuis eieren geraapt. Dagverlenging en vorstvrij houden kon namelijk hier wel. Ook de jonge kuikens werden bij huis onder de lamp gehouden, maar daarna gingen alle dieren naar z’n hobbyterrein.
We genoten nog even van een glas limonade (of bier) en de Gloster kanaries in zijn volière.
Gerrit fokte al weer meer dan 40 jaar en was indertijd begonnen via de bekende FransJosef Lieder. Altijd had hij witte en sinds zo”n 15 jaar ook zwart. Dieren had hij nog via keurmeester Dol uit Lisse.
Half zeven namen we afscheid, we hadden er een lange, maar interessante dag op zitten. Alle fokkers (en familie), die ons deze dag ontvingen, nogmaals bedankt! Volgend jaar naar Winschoten?
Helaas verloor Nederland met penalty schieten.

Han Schellekens